Hoofdkantoor
Hoofdkantoor
Kliniek
033 – 204 85 50 Ma - Vr 08:00 - 17:30 Piet Mondriaanlaan 52, Amersfoort
0342 – 42 70 60 Ma - Vr 09:00 - 17:00 Apeldoornsestraat 131, Voorthuizen
Korte wachttijden
Snel hulp
Verzekerde zorg
Hoge waardering
80% clean en sober!
na behandeling
INTAKE

Voorkom terugval

Nazorg verslaving

Er is goed en slecht nieuws over relapses (terugval). Het slechte nieuws is dat veel cliënten problemen hebben met relapse in het vroege stadium van herstel. Ongeveer twee derde van de cliënten heeft binnen drie maanden na het verlaten van de behandeling een relapse. We noemen dat een SLIP, Sobriety Losing It’s Priority. Het goede nieuws is dat de meeste mensen die door de gehele behandeling gaan uiteindelijk in staat zijn een stabiel herstel te bereiken.

Terugval hoeft jou niet te gebeuren en zelfs als het je gebeurt, kun je er iets aan doen! Terugval preventie is een dagelijks programma dat een relapse kan voorkomen. Het kan er ook voor zorgen dat je een relapse tijdig ziet aankomen, en daardoor in een vroeg stadium kunt ingrijpen.

Relapse / terugval is een proces

Er gaan bepaalde symptomen aan een terugval vooraf. Leer deze symptomen te herkennen en te controleren voordat ze leiden tot het gebruik van drugs of alcohol. Als je de symptomen negeert zonder actie te ondernemen, kom je uiteindelijk in serieuze problemen.

Hieronder staan 37 waarschuwingstekens:

Relapse is een proces dat veel eerder begint dan het oppikken van drugs of alcohol. Alle relapses beginnen met waarschuwingen die aangeven dat je in de problemen aan het raken bent.

Gorski en Miller herkenden 37 waarschuwingstekens in cliënten die waren teruggevallen. Wellicht herken je niet al deze signalen, maar je krijgt er zeker een aantal voordat je daadwerkelijk drugs of alcohol gebruikt.

  • 1Vrees over je welzijn
  • 2Ontkenning
  • 3Keiharde toelegging op nuchterheid
  • 4Compulsieve pogingen om anderen nuchter te krijgen
  • 5Defensief gedrag
  • 6Compulsief gedrag
  • 7Impulsief gedrag
  • 8Eenzaamheid
  • 9Tunnelvisie
  • 10Kleine depressie
  • 11Verlies van constructieve planning
  • 12Plannen falen
  • 13Dagdromen en wensgedachten
  • 14Het gevoel hebben dat niets kan worden opgelost
  • 15Constante wens om gelukkiger te zijn
  • 16Periodes van verwarring
  • 17Irritatie met vrienden
  • 18Snel opkomende boosheid
  • 19Onregelmatige eetgewoontes
  • 20Lusteloosheid
  • 21Onregelmatige slaap
  • 22Afname van dagelijkse structuur
  • 23Periodes van diepe depressie
  • 24Onregelmatig bezoek van meetings
  • 25Ontstaan van de “het kan me niets schelen”-houding
  • 26Openlijke afwijzing van hulp
  • 27Ontevredenheid met het leven
  • 28Gevoelens van machteloosheid en hulpeloosheid
  • 29Zelfmedelijden
  • 30Gedachten omtrent sociaal gebruik
  • 31Bewust liegen
  • 32Compleet verlies van zelfvertrouwen
  • 33Onredelijke wrok koesteren
  • 34Stoppen met alle behandeling
  • 35Sterk gevoel van eenzaamheid, frustratie, woede en spanning
  • 36Begin van gecontroleerd gebruik
  • 37Verlies van controle
Bron: Gorski & Miller, herkend bij cliënten die waren teruggevallen.

Als je één van de bovenstaande signalen herkent, moet je actie ondernemen!

Maak een lijstje met vaardigheden die je kunt gebruiken om de meest voorkomende symptomen te bestrijden. Dit gebeurt, je ervaart zeker problemen in je herstel. Het is jouw taak om actie te ondernemen. Onthoud: elk symptoom is een signaal dat er gevaar dreigt. Je komt in de problemen. Maak een lijstje met wat je gaat doen. Ga je sponsor bellen of je counselor, iemand in NA/AA, met iemand praten, hardlopen, bidden, het Big Book lezen, iets leuks doen, of laat het over aan je hogere macht.

Herken het patroon

Alle gedrag verloopt volgens een bepaald patroon. Eerst is er de trigger. Dit is een externe gebeurtenis die de ketting opstart. Na de trigger komt het denken. Veel van je gedachten zijn erg snel en gebeuren niet bewust, tenzij je even de tijd neemt om te stoppen en na te denken. De gedachten wekken gevoelens op, die je de richting en de energie geven om actie te ondernemen. Daarna komt het gedrag, ofwel het handelen. En als laatste komen de consequenties van de ondernomen actie.

In elke fase van de gedragsketting kun je werken aan het voorkomen van een relapse. Eerst moet je je eigen triggers onderzoeken. Welke omgeving of gebeurtenis kan leiden tot gebruik? Bepaal welke mensen, plaatsen en dingen je kwetsbaar maken voor een relapse. Blijf zo veel mogelijk weg van deze triggers. Als er zich toch een trigger voordoet, gebruik dan één van je nieuwe vaardigheden. Laat de trigger je niet in oud gedrag doen vervallen. Stop en denk na. Kijk of je juist denkt, naar wat waar is en wat niet.

Evalueer elke dag in Stap 10

Als je een dagelijks herstelprogramma volgt, stijgt je kans op succes aanzienlijk. Je moet je herstel elke dag evalueren in je Stap 10 inventarisatie. Vul deze inventarisatie elke dag in na je behandeling en houd een journal bij van hoe het met je gaat. Je zult verbaasd staan als je je eigen journal terugleest van tijd tot tijd, en van je eigen vorderingen!